Bitcoin en andere cryptocurrencies hebben geld gecreëerd dat niemand je kan afnemen. Met een gedecentraliseerde consensus geïnspireerd op de blockchaintechniek kun je ook onze hele samenleving democratischer maken, zodat niemand je stem kan afnemen. Dat is tenminste de visie van Dan Larimer.

denkwerkKoen Vervloesem

Twaalf jaar geleden ontstond de digitale munteenheid Bitcoin (https://bitcoin.org/nl). De grote innovatie waarop Bitcoin gebouwd werd, is de blockchain: een digitaal grootboek van transacties. Het speciale eraan is dat de gegevens niet op één plaats opgeslagen zijn, maar verspreid over het internet, waar ze voor iedereen toegankelijk zijn. Er is dus niet één bottleneck en ook niet één centrale partij die de controle over het grootboek heeft. 
Bovendien zijn er geen tussenpersonen zoals banken nodig die de transacties controleren en zijn transacties dus ook niet te blokkeren of te manipuleren door die tussenpersonen. Het netwerk controleert de transacties volledig automatisch. Zodra een transactie is geregistreerd, is het niet meer mogelijk om ze retroactief aan te passen, want dan detecteert het netwerk dat. In feite creëert een blockchain rechtstreeks vertrouwen tussen partijen die elkaar helemaal niet kennen zonder dat die een derde, onafhankelijke tussenpersoon (zoals een bank) hoeven te vertrouwen.

bitcoin blockchain
Bij Bitcoin wordt elke transactie in een digitaal grootboek opgeslagen, dat iedereen kan verifiëren

HOE WERKT HET? 
Bij Bitcoin garandeert de blokchain dat niemand geld van iemand anders uitgeeft en dat niemand zijn geld twee keer kan uitgeven. Hoe een blockchain in het algemeen werkt, kunnen we het duidelijkst uitleggen aan de hand van Bitcoin als voorbeeld. Wanneer je in een Bitcoin-client een transactie uitvoert (je maakt bijvoorbeeld geld over aan iemand anders), stuurt de client die transactie naar het Bitcoin-netwerk. Daar worden ongeveer elke tien minuten alle recente transacties samengebracht in een blok, dat cryptografisch beschermd wordt. 
Zogenoemde miners gaan dan in competitie om de transacties in het blok te valideren. Dat doen ze door een wiskundig probleem op te lossen dat veel rekenkracht vereist. De eerste miner die het probleem oplost, krijgt een beloning, namelijk de transactiekosten (fees) van de Bitcoin-transacties in het blok. Die beloning dient als motivatie, zodat er altijd voldoende miners blijven rekenen. Van hun validaties hangt de veiligheid van het netwerk immers af. 
Zodra een blok gevalideerd is, krijgt het een timestamp en wordt het aan een keten van blokken (de blockchain dus) toegevoegd. Elk blok wordt met het vorige blok verbonden door een hash te berekenen van de hele keten tot op dat moment. Een hash is een getal dat je maar in één richting kunt berekenen. Daardoor is van de hele keten van blokken van het eerste blok (het genesis block) tot het laatste te controleren of ze wel met elkaar verbonden zijn. Als iemand probeert een niet door miners gevalideerd blok toe te voegen, is dat niet gelinkt aan de voorgaande blokken in de blockchain: de hash klopt niet. Het is dus snel duidelijk dat er fraude in het spel is. En omdat iedere Bitcoin-client een kopie van de volledige blokchain heeft, kan iedereen dat nagaan. Je verstuurt zo eenvoudig geld over de hele wereld, zonder bank of andere tussenpersonen.  

    MoreEqualAnimalsCover 2
  In ‘More Equal Animals’ legt Dan Larimer uit hoe
een gedecentraliseerde samenleving tot echte democratie zou leiden  

MEER DAN BITCOIN 
Er is een andere manier om te kijken naar wat een blockchain doet: het is een techniek om zonder centrale aansturing tot consensus te komen. Bij Bitcoin is dat consensus over transacties, maar bij andere blockchains of gedistribueerde grootboeken kan dat om heel andere zaken gaan. 
Dan Larimer, die in de beginjaren in Bitcoin actief was en achtereenvolgens de blockchains BitShares (bitshares.org), Steem (steemit.com) en EOS (eos.io) uitvond, denkt dat de principes van blockchains nog veel breder toe te passen zijn, namelijk op onze samenleving zelf. Die moet veel gedecentraliseerder worden, omdat volgens hem momenteel slechts een klein aantal personen de macht in handen heeft. Larimer heeft zijn ideeën, geïnspireerd door zijn werk in de blockchainwereld, uitgewerkt in het boek More Equal Animals - The Subtle Art of True Democracy (moreequalanimals.com). Het is gratis te downloaden in pdf-vorm. 

51%-AANVAL OP DE SAMENLEVING 
Larimers boek beschrijft vooral de politieke situatie in Amerika, maar met wat aanpassingen is die ook bij ons toepasbaar. In de VS zijn de problemen gewoon extremer. Zo heb je er het tweepartijsysteem, met de Democraten en Republikeinen die elk altijd ongeveer de helft van de stemmen halen. De congresleden stemmen ook niet onafhankelijk vanuit hun eigen persoonlijke overtuiging, maar volgen grotendeels de partijlijn. Zo heb je volgens Larimer eigenlijk twee grote schaduwoverheden waarvan de leden loyaler zijn aan hun eigen ‘stam’ dan aan het land. Dat leidt tot een verdeeld land. 
Bovendien ‘neemt’ de overheid vaak van de ene groep om aan de andere te ‘geven’. Maar niets weerhoudt een meerderheid van 51 procent om voordelen af te nemen van een minderheid van 49 procent. Dat is te vergelijken met een ‘51%-aanval’ op Bitcoin: een groep van miners die de controle heeft over meer dan de helft van de hashrate van het minen, kan transacties van anderen tegenhouden en hun eigen transacties terugdraaien. Dat is een bedreiging voor het hele netwerk, net zoals een te dominante politieke partij een bedreiging voor de hele samenleving is. 

ECHTE DEMOCRATIE LEIDT TOT CONSENSUS 
In een echte democratie zouden er geen politieke partijen bestaan, maar je kunt die natuurlijk niet verbieden. Volgens Larimer moet je daarom een systeem bouwen dat het simpelweg onmogelijk maakt dat politieke partijen zich vormen. Het is heel natuurlijk dat mensen zich organiseren, maar een succesvolle samenleving implementeert volgens Larimer een proces dat juist zoveel mogelijk tot consensus leidt. En dat vereist dat het natuurlijke proces van het groeien van groepen wordt tegengewerkt. 
Dat moet volgens Larimer onderaan beginnen, bij het individu. Zonder individuele onafhankelijkheid is het onmogelijk om een democratie te hebben. Ben je afhankelijk van anderen, dan geef je geen onafhankelijke antwoorden als om je oordeel wordt gevraagd.  

GEÏNSPIREERD DOOR DE NATUUR 
Larimer kijkt voor inspiratie naar de natuur: het leven is georganiseerd in hiërarchieën van onafhankelijke levensvormen die samenwerken: cellen, weefsels, organen, stelsels, organismes… Een duurzame samenleving moet er volgens Larimer dan ook hetzelfde uitzien: een groep van onafhankelijke gemeenschappen die zelf uit onafhankelijke gemeenschappen bestaan, enzovoort, tot je uiteindelijk telkens gemeenschappen van onafhankelijke individuen hebt. Op die manier blijven ‘fouten’ zoals individuele corruptie lokaal. 
Op elk niveau zou je ook uit de bovenliggende gemeenschap moeten kunnen stappen. Als je als individu het recht hebt om je gemeenschap te verlaten door te verhuizen, zal die gemeenschap er alles aan doen om tot een voor iedereen aanvaardbare consensus te komen. Hetzelfde een niveau hoger: als een wijk kan kiezen om zich bij een naburige gemeente te voegen als ze zich benadeeld voelt, zal de gemeente er alles aan doen om alle wijken even eerlijk te behandelen. Dat principe werkt volgens Larimer ook voor provincies, gewesten, landen en uiteindelijk de hele wereld. 

ZWAKKE KOPPELING 
Maar dat vereist dat er geen te sterke afhankelijkheden tussen de niveaus zijn en hiervoor haalt Larimer inspiratie uit de wereld van het programmeren, die hij zo goed kent. Een goed ontwerp groepeert code in functies, functies in klassen, klassen in bibliotheken, en een programma maakt gebruik van bibliotheken en zijn eigen code. Er zijn slechts enkele goed afgesproken punten van communicatie tussen verschillende programma’s en/of bibliotheken (een application programming interface of api): de interne code wordt ‘ingekapseld’ en is een implementatiedetail. 
Volgens Larimer bezit de ideale democratische samenleving ook een dergelijke zwakke koppeling en sterke inkapseling. Dan zouden de burgers niet rechtstreeks aan de federale overheid (het land) belastingen betalen, maar aan hun lokale gemeenschap. Die betaalt belastingen aan de gemeente, die aan de provincie, die aan het gewest en die aan het land. En elk niveau zou dan zelf volledige autonomie hebben om belastingen te heffen naar eigen goeddunken, zolang ze maar met de leden op hetzelfde niveau tot overeenstemming komen over de belastingen die ze zelf moeten afdragen. Als een groep dan uit zijn groep wil stappen omdat ze niet tot overeenstemming komen, zorgt dat niet voor problemen met de andere niveaus. 

MORELE RISICO’S 
Als de ene groep beslissingen neemt en de andere groep betaalt, spreken we van morele risico’s. Wie zelf niet de financiële gevolgen draagt van zijn beslissingen, moet wel heel moreel hoogstaand zijn om de juiste keuzes te maken. Hoe groter de groep is, hoe groter het probleem van morele risico’s wordt, omdat je je minder betrokken voelt bij de anderen. 
Ook daarom werken kleinere groepen beter voor democratie. Je kent de leden uit je gemeenschap omdat je ze dagelijks ziet en je hebt je reputatie dan ook hoog te houden. Je gaat je dus eerder in het belang van je kleine gemeenschap gedragen dan in het belang van een grote samenleving met onzichtbare medeburgers. 

WILLEKEUR 
Maar hoe kun je nu vanaf onderaan zo’n samenleving opbouwen zonder de natuurlijke neiging tot centralisatie in de hand te werken? Volgens Larimer speelt willekeur daarin een rol. Dat is niet zo extreem als het klinkt: in het oude Athene van de vijfde en vierde eeuw voor Christus werden de belangrijkste bestuursorganen al ingevuld door loting en de mandaten werden snel gewisseld. Zo was je maar voor een jaar raadslid. Dat diende om te vermijden dat enkele machtige notabelen te veel macht zouden krijgen en zich door corruptie zouden verrijken. Door de loting en de snelle wisseling was er ook geen onderscheid tussen de burger en de beroepspoliticus: iedereen was wel eens een keer bestuurder geweest. 

poker 570705 1920 2
Een kaartspel is voldoende om tot consensus te komen in een groep van 50 personen  

STEMMEN MET EEN KAARTSPEL 
Als je in een groep van minder dan 50 personen ergens over moet stemmen, stelt Larimer voor om 13 tafels van 4 op te stellen en iedereen een willekeurige kaart uit een kaartspel te laten trekken. Iedereen met eenzelfde getal gaat aan de tafel zitten en begint te discussiëren totdat de groep tot consensus komt. Met een groep van vier is het veel eenvoudiger om tot consensus te komen dan een grote groep. Wie drie vierde van de stemmen/ kaarten krijgt, mag de groep representeren. Daarna gaat de discussie tussen de 13 groepen en wie daarin 9 van de 13 stemmen achter zich krijgt, wordt de leider. Komt er geen overeenstemming, dan wordt er willekeurig gekozen. 
Voor grotere groepen komen dan de leiders van de groepen van 50 samen en gaan door een gelijkwaardig proces. Omdat de selectie bij wie je aan tafel zit telkens willekeurig gebeurt, is de kans op corruptie veel kleiner. Het hele systeem is ook gebouwd om consensusfiguren te selecteren: wie niet goed is in consensus, komt niet door de selectie. Om te voorkomen dat je zo strategische denkers en andere belangrijke figuren voor de politiek benadeelt, zou je de onderhandelingen aan de tafels volgens Larimer ook kunnen aanvullen met een verzameling ‘spellen’ die selecteren op deze en andere belangrijke vaardigheden. 

solar 2666770 1920
Elke gemeenschap moet volgens Dan Larimer minstens in zijn eigen energie en voedsel kunnen voorzien

ENERGIE EN VOEDSEL 
Dit hele proces klinkt leuk in theorie, maar iemand die genoeg macht heeft, kan altijd mensen of groepen afpersen. Om dat tegen te gaan, zouden gemeenschappen onafhankelijk moeten zijn en dus zelfvoorzienend. Volgens Larimer zijn de belangrijkste gevolgen hiervan dat elke gemeenschap zijn eigen energie moet kunnen produceren en zijn eigen voedsel kunnen verbouwen. In onze huidige samenleving worden zelfvoorzienende gemeenschappen tegengewerkt omdat heel wat machtige bedrijven zelfs al groter dan kleine landen zijn. Als je gemeenschap van deze bedrijven afhangt, kun je volgens Larimer niet van een democratie spreken: de afhankelijkheid beïnvloedt het stemgedrag. 
Ook geld is belangrijk voor de autonomie van de gemeenschap. Net zoals elk land (of landengroep, zoals de eurozone) zijn eigen munt heeft, zou elke gemeenschap volgens Larimer zijn eigen lokale geld moeten hebben. Traditioneel maakte men daarvoor gebruik van goud of zilver, maar tegenwoordig kun je heel eenvoudig je eigen lokale cryptocurrency creëren. 

GEDECENTRALISEERDE, AUTONOME GEMEENSCHAPPEN 
Dan Larimer brengt allerlei uitdagende ideeën over democratie aan, geïnspireerd door de natuur en de blockchainwereld. Democratie is in die ogen een proces om geschillen te beslechten met meerdere partijen en dat is iets waarin blockchains zo goed zijn. Echte democratie gaat volgens Larimer dan ook over het coördineren met andere personen terwijl je nog je persoonlijke autonomie en macht behoudt. Maar deze utopische samenleving van Larimer heeft ook neveneffecten die velen van ons minder leuk zullen vinden. Zo zouden ook bedrijven niet te groot mogen worden en zouden we meer lokaal moeten kopen. Gaan we dan nog wel iPhones hebben, alles bij Bol.com kunnen bestellen met levering een dag later en het hele jaar door sinaasappels kunnen eten? Ook dat zijn keuzes die elk van ons moet maken en die een invloed hebben op het democratische gehalte van onze samenleving.