Gisteravond zat ik tevreden met Lies op de bank. Ik keek met één oog tv en zat met het andere de krant te lezen, terwijl mijn betere wederhelft evenzo tevreden zat te bladeren in een dikke catalogus. Nee, niet de Wehkamp, maar de Conrad Business – krap 2.000 pagina’s kleurendundruk vol met heerlijke techniek. Eigenlijk hoopte ze op led-lichtslangen voor haar etalage, maar toen die er niet in stonden, zat ze even vrolijk de sectie gereedschappen uit te pluizen. Die catalogus – we noemen dat soort drukwerkjes wel eens liefkozend ‘het grote geile boek’ – ligt nu al een week op ons salontafeltje. Gewoon, eens neuzen en kijken wat je zoal tegenkomt, liefst zaken waar je anders niet zo snel aan zou denken. Een soort van intellectueel lateraal grazen, zou je het kunnen noemen. Inspiratie opdoen…
Ondertussen begon iemand in de krant me uit te leggen dat de nieuwe generatie nu eenmaal anders in elkaar steekt. Waar wij dino’s van boven de veertig nog alles uit het hoofd moesten leren, daar hoeven zij slechts te weten waar ze het vinden kunnen, als ze het nodig hebben. Een computer, een internetverbinding en Google, da’s alles wat de moderne mens moet hebben om tot volle wasdom en ontplooiing te komen. Feitjes stampen, boeken, kranten, tijdschriften lezen zonder een vastomlijnd doel, dat is allemaal zooo ouderwets nu. Wie wat wil weten, zoekt het op dat moment op! En als dat niet snel genoeg resultaat afwerpt, is er altijd nog het netwerk van gelijkgestemden op Hyves, Facebook, Myspace en Linkedin. En anders is er Twitter – en sms. Of msn, voor de hele jonkies, die Habbo Hotel te duur vinden. Allemaal waardevolle contacten om ideeën op te doen of zelfs vragen te stellen als je iets niet zo snel kunt vinden via Google. En terwijl ik hier even over na moest denken – dagje ouder al, blijkbaar – begon men op de televisie over de onderwijsvernieuwingenquête. U weet wel, het debacle waarbij leraren niet meer met het krijtje voor de klas mogen staan uitleggen, maar het zelf leren moeten faciliteren, waarbij de leerling danig gestimuleerd door omgeving en medeleerlingen hongerig de bibliotheek – ’t was in de jaren negentig toen men dit rampzalige idee kreeg – zou bestormen. Kort voordat bleek dat de Pabo-studenten niet alleen niet meer konden spellen, maar ook het rekenen niet langer machtig waren, zeg maar. Naast mij zat Lies nog steeds tevreden te bladeren om me zo nu en dan te wijzen op een smakelijk stukje technologie, ondertussen bestelnummers noterend. En opeens kwam er beweging in een lang verloren gewaand kwartje. Oftewel, het muntje viel met donderend geraas.Want wat mijn vrouw daar zat te doen, kan ten enenmale niet op de website van Conrad. Dat is godsonmogelijk! Bijna tweeduizend pagina’s doorbladeren, met soms tientallen items per pagina, gewoon om te neuzen of er toevallig wat leuks tussen mocht steken; dat gaat praktisch gesproken niet op een pc. Toegegeven, als je weet wat je wilt, is die internetversie van de catalogus erg handig. Eén goedgemikte zoekterm en je bent precies waar je wilt zijn. Daarin is een webinterface vele malen handiger dan dat dikke zware boek op schoot. Inderdaad, precies wat de jonge honden willen dus – zoekt en gij zult vinden. Maar wat nu als je niet aan het zoeken bent naar iets specifieks, maar gewoon eens wilt bladeren om te zien wat er allemaal is waar je tot op dat moment misschien zelfs nog nooit van gehoord hebt? Dat lukt dus niet. Dat is toch wel even schrikken, die eigenlijk zo voor de hand liggende gedachte. Want hoewel internet nog steeds – ondanks alle spam en andere ellende – een zegen is, zal het uiteindelijk niet in staat zijn om de gedrukte catalogus te vervangen. Of breder gezien, een medium dat goed is in het laten opzoeken, is geen onderwijzer, geen bron van nieuwe kennis. En zelf nieuwe kennis vergaren is eigenlijk nog veel belangrijker dan het net op tijd kunnen opzoeken van dingen waarvan je weet dat ze te vinden zijn. Want hoe kun je nu ooit je inzicht verbreden zonder lateraal te zoeken? Internet is ideaal voor verdieping, maar voor verbreding eigenlijk lastig bruikbaar, zeker in een cultuur waar we lange lappen tekst liefst overslaan omdat we naar instant oplossingen zoeken. Ergens best wel pijnlijk, dat die twee elkaar versterkende tendensen – het Nieuwe Leren en Google – tegelijkertijd aan het firmament verschenen zijn. Om niet te zeggen fnuikend, ben ik bang.
|
De ongemakkelijke online Conrad catalogus heeft veel weg van chaos (georganiseerde wanorde) terwijl de gedrukte catalogus niet alleen een geordende oase van rust biedt, maar ook nog eens op een moment dat we rustig willen verdwalen tussen de bladeren.