Tja, probeer dat maar eens in goed Nederlands te vertalen. Gratis inhoud? ’t Klopt wel, maar ’t bekt niet, voor geen meter. En toch is dat begrip ‘free content’ steeds belangrijker aan het worden. Niet alleen in het wereldje van kranten en tijdschriften, maar voor iedereen die wel eens verder kijkt dan zijn of haar neus lang is. Wat u zegt: internet inderdaad, dat heeft nogal wat overhoop gehaald.
Pak ‘m beet tien jaar terug was ’t nog simpel. Wie bij wilde blijven, had een of meer betaalde abonnementen op kranten en/of tijdschriften. Kranten voor het dagelijks nieuws, breder en met meer diepgang en duiding dan radio en televisie. Tijdschriften om bij te blijven op gespecialiseerde onderwerpen, of eenvoudig als vermaak. Zowel kranten als bladen zijn het product van noest werkende redacties, die niet alleen het nieuws selecteren, maar ook eigen onderzoek verrichten. Veel tv-programma’s ook natuurlijk; u dacht toch niet echt dat Pauw en Witteman zelf hun onderwerpen bedenken en de gasten bellen? De presentatoren zijn slechts de ‘front end’ van een fikse redactiemachine. Dat zoiets geld moest kosten, daar was iedereen content mee. En omdat naast de abonnementen en losse verkoop er ook nog advertenties aan de man werden gebracht, bleef het betaalbaar, voor de lezer.
Maar eind jaren negentig – van de vorige eeuw, moet je dan zeggen – begon internet ineens een rol te spelen. En medio 1999 verschenen in Nederland de eerste gratis ‘dagbladen’ Metro en Sp!ts. Die ‘gratis’ kranten lijken op het eerste gezicht een leuke – immers gratis – vervanging van de ouderwetsche courant. Maar de omvang van die krantjes is afgestemd op een beperkte leestijd in het OV bijvoorbeeld, terwijl het vooral niet te moeilijk mag zijn, want dan zou de aandacht van de lezer al snel afdwalen. In het economisch model achter die freesheets is de redactie voornamelijk een kostenpost. Diepgang en duiding zijn nu eenmaal duur, berichten en foto’s één op één overnemen van persbureaus en er een pakkende kop bij verzinnen, is stukken goedkoper. Maar er werd een trend gezet, want bijblijven – tot op zekere hoogte – kon nu ook voor niks met een gratis krantje.
Internet was, zeker toen, wel een serieuze bron van informatie. Maar och, wat was die informatie lastig te vinden. En om te beoordelen of een bepaald stuk nu door iemand met kennis van zaken was geschreven, of juist het product van een zichzelf zwaar overschattende hobbyist is eigenlijk alleen voor een expert doenbaar, zeker als het in een andere taal geschreven is. Bovendien, ook op internet werd naast die eerste golf van vrijwillig gedeelde informatie, waar pareltjes tussen te vinden waren, al snel getracht om vooral door middel van advertenties geld te verdienen. En dan is de kwaliteit van de informatie – net als bij die gratis kranten – opeens minder boeiend. Als ze de advertenties maar zien, dus als ze maar langs komen surfen, dan is het al goed. De kwaliteit van de content is secondair. En ’t moet vooral zo min mogelijk kosten…
Een oude truc in bladenland gaat als volgt: sex! En nu ik toch uw aandacht heb… Die werkwijze is jammer genoeg tegenwoordig ietwat opgepoetst overal te vinden waar uiteindelijk advertenties door de strot gedouwd moeten worden. Want gratis informatie, dat bestaat eigenlijk niet natuurlijk. Er zijn natuurlijk initiatieven waar vrijwilligers hun stinkende best doen om zonder commerciële drijfveren mensen een vriendendienst te bewijzen, bijvoorbeeld Wikipedia. Maar door de bank genomen is de inhoud van veel websites slechts een excuus om u met advertenties te bestoken. Met als gevolg dat ’t geen drol mag kosten. En potentiële adverteerders absoluut niet mag irriteren. Dus zijn mensenrechten in China al een lastig onderwerp – de adverteerder kon wel eens een Chinees staatsbedrijf als eigenaar hebben. Ondertussen moet het wel bezoekers trekken, dus neigt de berichtgeving wel naar het sensationele. Als tien websites dezelfde persberichten overnemen en met rss-feeds proberen uw bezoek af te dwingen, dan moet die strijd gewonnen worden met prikkelende koppen. Inderdaad, SEX! En nu ik toch uw aandacht heb…
Natuurlijk zijn er uitzonderingen, websites waar wel goede journalistiek bedreven wordt. Maar over het algemeen geldt dat nieuws op het web een middel is, geen doel. En ’t is goed dat voortdurend in gedachten te houden. Informatie waar u zelf helemaal niets voor hoeft te betalen, is namelijk niet gratis – daar zit gewoon een ander verdienmodel achter. Een model waarbij die content slechts dient om u te lokken. En omdat het niets kost, bent u niet al te kritisch, hopen de uitbaters. Op zich is daar niets op tegen, alle waar is naar zijn geld. Maar Nederlanders zitten maar al te graag voor dat dubbeltje op de eerste rang.
|