Tja, CeBIT was dit jaar niet echt om over naar huis te schrijven. Het was in alle opzichten een stukje minder druk. Waar we gewoonlijk toch wel een klein uurtje bezig zijn om ons bij aankomst als pers te accrediteren, was het nu met een paar minuten gepiept. Vervolgens konden we op de eerste beursdag –en alle volgende– gewoon zitten in de metro. Andere jaren was dat een uitzondering, die metro was zowat altijd overvol en deed sterk denken aan het spitsuur in Tokio. Op de beurs zelf leek het op het eerste gezicht normaal, tot je eens goed oplette. Dan bleken er in sommige hallen toch wel stukken ongebruikt te zijn.
Al met al naar mijn gevoel een teken van de wat magerder tijden waar de industrie momenteel in verzeild is geraakt. Ach, het zal wel weer aantrekken, maar vooralsnog zijn de marketing- en pr-budgetten duidelijk wel teruggeschroefd. Ook de persconferenties waren wat minder aangekleed dan anders, zeker qua hapjes... Persoonlijk kon ik het allemaal niet zo rampzalig vinden. Die wat rustigere beurs hield wel in dat de mensen die ik spreken wilde alle tijd voor me hadden, terwijl het gebruikelijke gekkenhuis tussen de middag in het persrestaurant ook wat draaglijker werd. Bovendien, en dat is misschien wel het belangrijkste, was het nu veel makkelijker om snel even wat hallen door te wandelen en te kijken wat er zoal aan aardigheden was te vinden. Hoewel, de oogst was echt wat mager. Meer van hetzelfde tegen lagere prijzen, dat was eigenlijk de conclusie. Op één uitzondering na, dan. Want op vrijdagmiddag, kort voor we weer naar huis zouden gaan, liep ik tegen een hele bijzondere printer op: een 3d-printer. Kort gezegd een apparaat dat plastic in hele dunne laagjes –0,245 mm– op elkaar kan stapelen om op die manier driedimensionale vormen te creëren. Gewoon een kwestie van heel precies besturen van de spuitmond. Behalve dat plastic, ABS, kan het apparaat ook nog een vulmateriaal spuiten dat gewoon in water oplosbaar is. Na een fikse tijd printen, leg je het voorwerp in het water en even later houd je een heuse bahco of Engelse sleutel in handen. Compleet met draaiend duimwieltje dat inderdaad de bek open en dicht laat bewegen. Natuurlijk is deze bahco niet echt bruikbaar, daar is ABS niet sterk genoeg voor. En daar gaat het ook helemaal niet om. Want vooralsnog zijn dergelijke printers knap kostbaar: zo rond de €33.000, en zo groot als een flinke koelkast. Ze worden momenteel nog alleen verkocht aan bedrijven die er snel hun prototypes mee willen kunnen maken. Dat gaat namelijk erg makkelijk uitgaande van de tegenwoordig standaard gebruikte CAD-CAM-programmatuur –Computer Aided Design; Computer Aided Manufacturing. Nu kan via diezelfde computer het ontworpen voorwerp tastbaar gemaakt worden. Ik heb zowat een uur met de meneer die dit wondertje stond te demonstreren, staan babbelen. Hij had behalve die bahco nog meer voorbeelden liggen en ik moet zeggen, het is werkelijk verbazingwekkend wat zo’n apparaat kan maken. Eigenlijk is door de combinatie van ABS en vulstof zowat alles mogelijk. De printer op de beurs was een klein model, hij vertelde me over exemplaren waarmee een hele wasmachine tastbaar kan worden gemaakt zonder dat daar een gespecialiseerde afdeling maquettebouwers tijden mee zoet is. Zo’n groot voorwerp duurde wel lang, maar het pakte toch stukken goedkoper uit dan handwerk. Daarnaast was het ABS-plastic wel in meerdere kleuren leverbaar, maar meerkleuren was er voorlopig nog niet bij. Waar hij me helemaal mee enthousiast wist te krijgen, was zijn persoonlijke inschatting dat deze technologie ook binnen bereik van de thuisgebruiker zou komen. Niet meteen, dat zou nog wel een jaar of tien kunnen duren, maar er was volgens hem geen enkele reden waarom dit apparaat niet te zijner tijd naast uw pc thuis zou komen te staan. Op mijn verbaasde blik schetste hij een beeld waarin het heel gewoon zou zijn om na een akelig ongelukje met de barbiepop van uw dochter even op de juiste website het model van het hoofdje op te halen en dat zelf te maken in uw eigen printer zodat alle leed weer geleden zou zijn. Een triviaal voorbeeld, maar wie even doordenkt, ziet hier een ware revolutie op ons afkomen. Een wereld waarin het geen weken –en kapitalen!– meer hoeft te kosten om een simpel onderdeeltje te bestellen. Gewoon downloaden en zelf monteren. Fabrikanten zullen dat concept meteen omarmen, want het scheelt ze behoorlijk in de portemonnee. Service is noodzakelijk, maar duur. En net zoals we nu al heel veel zoekgeraakte gebruiksaanwijzingen in pdf-formaat kunnen vinden, zullen we dan die vermale- dijde onderdeeltjes kunnen ophalen van websites. Maar de medaille zou ook nog een andere kant kunnen hebben: illegale kopietjes. Niet alleen het kapotte hoofdje, maar de hele barbiepop kan vanaf de een of andere onduidelijke site gedownload worden. Ook dat lijkt dan in de toekomst te liggen. Wat mij betreft, ik ben heel benieuwd of deze technologie het inderdaad zal halen tot in onze huizen – maar ik zie geen enkele reden waarom niet. Leuk! Heel erg leuk!
|