Bedrijven waar werknemers met een iPod of andere muziekdrager met een koptelefoon naar muziek luisteren, moeten aan de Buma auteursrechten betalen voor de geluisterde nummers. Dit oordeelde de rechter bij een zaak van Buma tegen een staalbedrijf.
In 2007 heeft een zogenaamde relatiemedewerker van Buma een staalbedrijf in Emmeloord bezocht, en constateerde dat een medewerker muziek aan het luisteren was. Omdat de medewerker van het staalbedrijf zich - volgens Buma - in een publieke ruimte bevond, moet het bedrijf de auteursrechten voor de beluisterde muziek, volgens de Auteurswet uit 1912, betalen.
Het bedrijf weigert de rekening te betalen, waarop Buma een brief stuurde met daarin onder meer het volgende:
"Ik maak u er graag op attent dat de toestemming van de auteur/componist van een muziekstuk nodig is als er sprake is van openbaring van muziek. Dit is vastgelegd in de Auteurswet uit 1912. Er is niet alleen sprake van openbaring van muziek in voor het publiek toegankelijke ruimtes, maar dus ook in ruimtes die niet per sé voor het publiek toegankelijk zijn, in de regel zijn dit werkruimtes (denkt u hierbij aan kantoortuinen, personeelskantines, werkplaatsen e.d.)."
Volgens het staalbedrijf wordt de radio vooral gebruikt voor het luisteren naar het journaal. De Buma vindt dit ongeloofwaardig en zegt dat er - bedoeld of onbedoeld - ook wordt geluisterd naar de muziek die voor of na de nieuwsuitzendingen worden gespeeld. De Buma gaat zelfs zo ver in haar verweer, dat de begin- en eind-tunes van het NOS radiojournaal ook muziek is, en dat ook hierop de Auteurswet uit 1912 van toepassing is.
Het staalbedrijf meent ook dat mensen die persoonlijk via een eigen audiosysteem naar muziek luisteren zonder dat anderen dit kunnen horen, harder werken. Als antwoord valt in de uitspraak het volgende te lezen:
"De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het feit dat medewerkers van Suplacon tijdens werktijd naar muziek mogen luisteren, zelfs middels een i-Pod of mobiele telefoon, volgt dat Suplacon een bedrijfsbelang heeft dat zijn medewerkers naar muziek kunnen luisteren. Immers, tevreden werknemers werken harder. Er is dan ook sprake van een openbaarmaking van muziek in de zin van artikel 12 van de Auteurswet. Suplacon maakt inbreuk op de door Buma geëxploiteerde auteursrechten en handelt dus onrechtmatig jegens haar. Het gevorderde verbod is naar het oordeel van de voorzieningenrechter toewijsbaar. Tevens is de gevorderde schadevergoeding, tegen de hoogte waarvan geen bezwaar is gemaakt, toewijsbaar."
Dus ook wanneer werknemers naar muziek luisteren via een iPod, schijnt dit strafbaar te zijn. De muziek wordt gebruikt om werknemers in een algemene ruimte tevreden te houden, en dat mag niet van Buma.
De Buma heeft in de uitspraak gelijk gekregen. Staalbedrijf Suplacon BV moet Buma € 1141,80 betalen, waarvan € 254 is bedoeld voor het onrechtmatig afspelen van de muziek, de rest zijn advocatenkosten en de kosten voor de dagvaarding. De rechter heeft Suplacon verboden muziek ten gehore te brengen via het publieke systeem en mogen de werknemers ook niet meer luisteren naar iPods of muziek via de mobiele telefoon.
De uitspraak in deze rechtzaak diende al op 10 december 2008, maar is sinds gisteren pas publiek bekend gemaakt. Lees het complete vonnis op de website van Rechtspraak.nl
|
2, het is niet het bedrijf die de muziek 'ten hore' brengt, maar de radio.
Het bedrijf 'hoort' het toevallig.
3. als de buma niet wilt dat de mensen de muziek horen, moeten ze bij de zender klagen, niet bij de luisteraars.
(of moesten voorbijgangers in 1912 een spelende muzikant verplicht betalen? lijkt mij niet).