Het onderwerp netwerken, met al zijn protocollen en architecturen, is te groot om in één keer helemaal uit te leggen. Toch lichten we hier een aantal veelgebruikte netwerk-termen kort toe.
Ethernet Een netwerk-standaard met een snelheid van 10 Mbit/sec. Opvolgers zijn Fast Ethernet (100 Mbit/sec) en Gigabit Ethernet (1000 Mbit/sec). Dit is een van de meest gebruikte standaarden.
LAN Een Local Area Network, een netwerk dat zich op één geografische locatie bevindt.
WAN Een Wide Area Network, een netwerk dat bestaat uit meerdere LAN’s die over grotere afstanden aan elkaar gekoppeld zijn. Je kunt stellen dat het Internet één reusachtig WAN is.
WLAN Een Wireless Local Area Network.
Peer-to-peer Een netwerkarchitectuur bedoeld voor kleine werkgroepen van 2 tot ongeveer 5 pc’s. Alle aangesloten computers zijn aan elkaar gelijk qua mogelijkheden, er zijn geen aparte servers.
Client-server Een netwerkarchitectuur bedoeld voor grotere werkgroepen vanaf ongeveer 5 pc’s. Er is binnen de werkgroep een centrale computer (server). De overige pc’s zijn ondergeschikt aan deze server.
Topologie De vorm van een netwerk, bijvoorbeeld ster, bus, ring of boom. Bij een ster-topologie zijn alle computers met elkaar verbonden via een centraal knooppunt: de hub. Bij een bus-topologie is er juist sprake van een enkele (snelle) kabel: de backbone, die alle machines aan elkaar knoopt.
UTP Unshielded Twisted Pair. Populaire en goedkope netwerk- en telefoonbekabeling. Een UTP-netwerkkabel bestaat uit vier paren rond elkaar gedraaide koperdraad. De kwaliteit van de kabel en de maximum datadoorvoersnelheid worden aangegeven met categorieën of levels van 1 tot 7.
STP Shielded Twisted Pair. Zelfde als UTP maar dan met extra bescherming tegen storing (van bijvoorbeeld elektromagnetische interferentie) in de vorm van een metalen mantel. In de netwerkwereld wordt al jaren gediscussieerd over wat beter zou zijn: UTP of STP.
Level Kwaliteitsaanduiding van een UTP- of STP-kabel. Ook categorie of cat genoemd, bijvoorbeeld Cat5. Geeft aan voor welk type gebruik de kabel geschikt is.
Gekruiste kabel (crossover) Bepaalde paren van de dunne koperdraden waaruit een kabel bestaat zijn gekruist. De contacten van de ene connector zijn dus niet lijnrecht aangesloten op de contacten van de tweede connector. Geldt voor allerlei soorten kabels waaronder UTP.
Rechte kabel (straight through) De contacten van de ene connector zijn via de dunne koperdraden van de tussenliggende kabel lijnrecht aangesloten op de contacten van de tweede connector.
NIC Network Interface Card of Network Interface Controller. Een uitbreidingskaart waarmee de computer op een netwerk kan worden aangesloten. Meestal wordt een intern model bedoeld (bijvoorbeeld PCI), maar er zijn ook andere soorten: oud zijn ISA en parallel, gangbaarder zijn usb en PC Card. De controller kan ook geïntegreerd zijn op het moederbord.
Hub Een hub is best te vergelijken met een stekkerdoos. In plaats dat het stroom distribueert naar alle stopcontacten, repliceert het een binnenkomend signaal naar alle aansluitingen (poorten). Een netwerkhub stuurt de datapakketjes die het binnen krijgt langs alle poorten, terwijl de de netwerkcontrollers luisteren of de pakketjes voor hen bestemd zijn.
|