Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft driekwart van de mensen in ons land thuis de beschikking over een of meer pc’s. Ga daarbij uit van een vervangingssnelheid van 3 – 4 jaar en je hebt een stijgend aantal multi-pc-huishoudens. Het aanleggen van thuisnetwerken om die pc’s te koppelen is daarmee een trend geworden.
Kabels, kaarten en dergelijke kunt u kopen bij zowel de gerenommeerde computerzaak als de algemene elektronicawinkels als Media Markt en Dixons. Nog even en u vindt ze tussen het wasmiddel en de hagelslag bij de supermarkt. Voor wie het nog niet weet: letterlijk is een netwerk een stelsel van elkaar kruisende en snijdende lijnen. Een computernetwerk is dus een groep computers die met elkaar communiceren, meestal over bekabeling, hoewel het ook draadloos kan. Netwerken zijn er in allerlei soorten en maten. In het bedrijfsleven en de academische wereld kunnen ze uitgroeien van een handvol tot vele honderden, zelfs duizenden machines. Maar hoe complex het onderwerp en het bijbehorende jargon ook is, voor het aanleggen van een thuisnetwerk hoeft u niet terug te deinzen.
Thuis is er meestal sprake van twee of drie pc’s. De echte computerfreak heeft er misschien wel vier of vijf en een enkeling zelfs meer dan dat. Hoe zo’n thuisnetwerk eruit komt te zien is natuurlijk afhankelijk van dat aantal. Twee pc’s koppelen is goedkoop en snel te doen, drie of meer wordt complexer – dan is er een soort centrale nodig. Praktisch nut Hebt u thuis twee of meer pc’s, maar zijn die nog niet met elkaar verbonden? En u bent nog niet overtuigd dat een netwerk echt handiger is? Alle voordelen van het aanleggen van een netwerk zijn in essentie terug te brengen tot: delen en samenwerken. Het delen van bijvoorbeeld bestanden, randapparatuur en internettoegang. Dat betekent dat alle pc’s in het netwerk tegelijkertijd toegang hebben tot die gedeelde items. Het klinkt nogal praktisch en saai, maar stelt u het onderstaande huishouden eens voor.
Een vader die op zolder een hele opstelling heeft: computer, printer en scanner. Op de scanner is hij de vakantiefoto’s aan het inscannen die zijn zoon daarna zal bewerken op diens eigen pc. Verder zorgt hij dat er voldoende papier in de printer blijft zitten. Zijn dochter is haar werkstuk voor school aan het afdrukken. Ondertussen spelen broer en zus nog een spelletje tegen elkaar – ieder op de eigen computer. Lelijke grijze pc’s mogen de huiskamer niet in, maar een slank vormgegeven notebook heeft inmiddels een vaste plek veroverd op de eettafel. Moeder verstuurt e-mailtjes aan een paar verre vrienden – via de vaste internetverbinding op zolder. De muziek die zij beluistert komt ook van boven: het zijn mp3-bestanden die ze vond op de harde schijven van haar gezin. Het kabeltje dat van de audio-uit van het notebook naar de stereo-installatie loopt, komt goed van pas.
Toegegeven, als er een ‘Vereeniging ter Bevordering van Thuischnetwerken’ bestond, dan zou dit optimistische verhaaltje zo als script kunnen dienen voor het reclamespotje. Het is lichtelijk overdreven, maar het geeft wel een indruk van de mogelijkheden. Veiligheid Natuurlijk heeft het aanleggen van een netwerk ook een serieuze kant. Over de beveiliging moet namelijk wel even worden nagedacht. Voor je het weet blijken huisgenoten ineens toegang te hebben tot belangrijke gegevens op uw pc en hebben ze per ongeluk een paar belangrijke bestanden gewist. Of een virus dat per ongeluk is meegenomen op een diskette verspreidt zich als een ware epidemie door het netwerk. Twee mogelijke ernstige nadelen van een netwerk, als er niet goed mee wordt omgesprongen.
Is het bij een enkele pc al belangrijk dat u goede beveiligingsprogramma’s hebt draaien, zodra u de pc aan een netwerk hangt – ongeacht of het een intern netwerk of internet betreft – wordt het cruciaal. Het klinkt misschien een beetje belerend: maar wees verstandig en installeer een firewall én een virusscanner.
Welk soort netwerk? Voor thuisgebruik onderscheiden we grofweg vier gangbare types netwerk: - het ethernet-netwerk met utp-kabels;
- het draadloze netwerk;
- het usb-netwerk via een speciale usb-kabel;
- de directe verbinding via een seriële, parallelle of usb-kabel.
Ethernet komt het meeste voor – daarom is dat onze keuze in de paragraaf 'Klussen’. De basisingrediënten zijn: een centrale hub waarop alle data worden uitgewisseld en voor iedere aangesloten computer een netwerkkaart en utp-kabel. Bij de draadloze variant vervallen de kabels natuurlijk en zijn hub en netwerkkaarten meteen ook zender/ontvangers. De draadloze hub heet dan access point.
Het buitenbeentje is usb, omdat er voor ieder bovengenoemd type netwerk wel usb-adapters te koop te zijn om via de usb-poort een computer op zo’n netwerk aan te sluiten. Maar een usb-netwerk en de directe verbinding over usb kenmerken zich doordat de communicatie ook echt via de usb-kabel plaatsvindt. Beide zijn weliswaar geen traditionele netwerken, met de huidige besturingssystemen en software (drivers) zul je het verschil niet of nauwelijks merken.
Directe verbindingen en het usb-netwerk zijn expliciet bedoeld om twee pc’s te koppelen. De hub van een ethernet-netwerk gaat al uit van meer aansluitingen. Een 2-poorts hub bestaat niet, wel 4, 5, 8 of meer. Wanneer u slechts twee machines wil koppelen kan de hub komen te vervallen - een speciale crossover kabel verbindt beide pc’s via de netwerkkaarten. Meestal staat op de verpakking van utp-kabels aangegeven of het een crossover kabel is, bij twijfel kunt u het in de winkel vragen. Met zo’n gekruiste kabel verliest u het gemak van het snel kunnen uitbreiden van uw netwerk met een extra pc, maar u bespaart er geld mee.
Kabels De mogelijkheid van lange afstanden is een voordeel als het netwerk op echte utp-kabels gebaseerd is, in plaats van usb-kabels. Utp-kabels zijn in allerlei standaardlengtes van 0,5 tot 15 en zelfs 25 meter te koop. Nog langer kan als de kabels speciaal gemaakt worden.
Met lange kabels is het koppelen van pc’s mogelijk die niet in dezelfde kamer staan. Zoals de televisiekabel in sommige huizen een lange weg naar de slaapkamer boven maakt, zo kan ook een lange netwerkkabel lopen. Via een geboord gat in het plafond, via een bestaande pvc-buis in de muur of met kabelclips langs de trap omhoog. Het alternatief is een draadloos netwerk: geen kabels meer, maar wel duurder en meestal iets trager. Draadloos is een ideale oplossing als u naast een gewone pc een notebook heeft waarmee u vrij op iedere plek in huis wil kunnen werken.
Gaat u utp-kabel kopen, let dan voor de zekerheid op de kwaliteitsaanduiding, meestal wordt dit omschreven met ‘level’, ‘categorie’ of kortweg ‘cat’. Cat5-kabel is de meest logische keuze en in veel gevallen het enige dat voorradig is.
Voor de knutselaars onder ons is het een optie om zelf de kabels te maken. Met een klos bulkkabel, een zakje connectors en een krimptang. Alhoewel dit best een leuk klusje is, is het voor korte en middellange kabels niet eens goedkoper. Het voordeel is wel dat we de kabel precies op lengte kunnen maken.
Klussen Het aanleggen van de infrastructuur van een mini-netwerkje voor twee machines is zo gebeurd. Wilt u Ethernet gebruiken, dan is er keuze uit gewoon Ethernet met een snelheid van 10 Mbit/sec of Fast Ethernet van 100 Mbit/sec. Voor een thuisnetwerk is 10 Mbit in principe voldoende. Veel PCI-netwerkkaarten zijn zelfs dual speed, wat betekent dat ze zowel 10 als 100 Mbit ondersteunen, zelf de optimale snelheid detecteren en zich daarop instellen.
Hebt u de twee netwerkkaartjes en de crossover kabel in huis, dan kan het echte schroeven beginnen. Maak beide computers open en plaats bij ieder in een vrij slot een netwerkkaart. Zorg wel dat u niet bent geladen met statische elektriciteit door bijvoorbeeld een anti-statisch polsbandje te dragen. Zitten de kaarten goed ingestoken dan schroeft u de brackets vast aan het chassis en kan de systeembehuizing weer dicht. Na het dichtschroeven van de pc’s steekt u de crossover kabel in de poort van beide netwerkkaarten. Dit deel van de klus is klaar! Zijn alle uitbreidingssloten van uw pc al vol, of houdt u gewoon niet zo van knutselen in de pc, dan vormen de netwerkproducten met een usb-aansluiting een prima alternatief. U verliest wel wat snelheid in de datadoorvoer, maar de fysieke installatie is beperkt tot het insteken van kabel of adapter in een vrije usb-poort.
Configuratie Windows Hierna volgt natuurlijk het installeren van de drivers van de netwerkkaart en het configureren van Windows. De drivers worden meegeleverd op diskette of cd-rom. Besturingssystemen als Windows Me, 2000 en XP herkennen de kaarten veelal zelf. De Windows-configuratie kan, in tegenstelling tot het voorgaande klusje, een hele operatie zijn. Helaas is dit verhaal te kort om het helemaal stapsgewijs uit te leggen, maar op de cd-rom staat een uitgebreide HandsOn voor Windows XP.
Ook op cd-rom Natuurlijk ondersteunen cd en blad elkaar, daarom zullen er met regelmaat netwerk-HandsOn's op cd staan. Op de september (2002) cd-rom wordt de ‘Wizard Netwerk instellen’ van Windows XP stapsgewijs besproken.
|